Domeindoorbrekend werken aan leefbaarheid en veiligheid

Platform31

Dit artikel verscheen eerder op Platform31.nl.

In het interbestuurlijk programma ‘Leefbaarheid en Veiligheid’ zijn de afgelopen jaren stappen gezet naar meer rijksbetrokkenheid in stedelijke vernieuwingsgebieden. Binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vormt Bert van Delden dé schakel tussen die gebieden en de Rijksoverheid. Platform31 spreekt met hem over de veranderingen in de rol van het Rijk in de brede gebiedsgerichte aanpak en de uitdagingen voor de toekomst.

Bert van Delden
Bert van Delden

Hoe zou u de huidige brede gebiedsgerichte aanpakken willen definiëren?

“Ze zijn integraal, vanuit burgers geredeneerd, gebiedsspecifiek en langjarig. Vanuit departementen in Den Haag wordt vooral generiek beleid gemaakt dat thematisch is ingestoken, zoals zorg of onderwijs, of is gericht op bepaalde doelgroepen. Het beleid is zelden gebiedsspecifiek. In toenemende mate zijn er opnieuw aanleidingen voor het Rijk om zich ook integraal tot bepaalde gebieden te verhouden.”
 

Wat is de aanleiding geweest om als Rijk wederom een rol te pakken in de brede gebiedsgerichte aanpak?

“Onderzoek vormde de aanleiding voor het in 2019 gestarte programma Leefbaarheid en Veiligheid. Daaruit blijkt dat de leefbaarheid en veiligheid in ons land in algemene zin weliswaar de goede kant op gaat, maar we zien het omgekeerde gebeuren in een aantal specifieke buurten en wijken in met name de grotere stedelijke vernieuwingsgebieden. Deze gebieden vragen om meer rijksbetrokkenheid in het kader van de gesloten Woondeals. Hoewel het vervolg van het programma Leefbaarheid en Veiligheid mede afhankelijk is van de kabinetsformatie, gaan de betrokken gemeenten ook zonder nieuwe steun van het Rijk door met hun aanpakken. Ondertussen kijken we vanuit ons departement of we in financiële zin iets voor de aangewezen gebieden kunnen betekenen. Neem bijvoorbeeld geld uit het Volkshuisvestingsfonds en de Woningbouwimpuls of geld vanuit de Regio Envelop – een rijksbudget voor regiospecifieke opgaven. Rotterdam-Zuid wordt bijvoorbeeld ook uit die Regio Envelop ondersteund.”
 

Wat is de voorwaarde voor financiële steun vanuit het Rijk?

“Voorwaarde is dat in de lokale gebiedsgerichte aanpak de governance stevig moet staan. We vinden het namelijk belangrijk dat veiligheid en ondermijning onderdeel uitmaken van de aanpak en daarvoor is actieve betrokkenheid van de burgemeester nodig. Ook is een burgemeester in staat de aanpak meerjarig en bovenal integraal te maken. Het gaat immers niet alleen over wonen, maar ook over jeugd, armoede, veiligheid, et cetera.”
 

Deze ontwikkeling heeft de afgelopen twee jaar een versnelling doorgemaakt. Het Rijk is eerder betrokken geweest bij gebiedsgerichte aanpakken. Welke lessen uit eerdere perioden vindt u interessant voor de huidige situatie?

“Het afgelopen decennium overheerste de gedachte dat de Rijkoverheid zich vooral moest richten op het ontwikkelen van generiek beleid en het verdelen van geld, en niet zozeer op de ontwikkeling van specifieke gebieden. Tijdens Rutte II stonden bezuinigingen en hervormingen centraal, bijvoorbeeld in het sociaal domein. De laatste jaren zien we een verschuiving naar investeren en innoveren. Daar hoort een partnerschap bij tussen het Rijk en de vernieuwingsgebieden.

Vooruitgang is overigens altijd een combinatie van continuïteit en vernieuwing. In de Vogelaaraanpak zaten sterke elementen en die zijn vaak nog verweven in het DNA of in de huidige aanpakken van gebieden. Er zijn ook duidelijk verschillen met toen. Het gaat nu over vrij grote gebieden. Rotterdam-Zuid heeft 200.000 inwoners en 100.000 woningen. Ook merken we dat woningcorporaties een andere rol hebben gekregen. In de Vogelaar- en Van der Laanperiode waren de corporaties veel belangrijker voor het dragen van plannen, in financiële zin. Binnen de 16 gebieden zitten we nu aan tafel met bijvoorbeeld een schooldirecteur, een hoofdofficier van justitie en met iemand uit het sociaal werk. Er zit ook altijd wel iemand van de corporaties bij, maar zij zijn niet meer de belangrijkste stakeholder in de samenwerking. Tot slot spelen veiligheid en ondermijning (en daarmee ook de burgemeester) een belangrijkere rol in de gebiedsgerichte aanpak dan vroeger. Die ontwikkeling is ontstaan vanuit de gebieden zelf en binnen het Rijk onderschrijven we het belang ervan.”
 

Hoe ziet de rol van het Rijk eruit in deze nieuwe gebiedsgerichte aanpak?

“We nemen als Rijk een andere rol in dan voorheen, minder bepalend. Er wordt meer vanuit burgers geredeneerd. In de gebieden spelen wicked problems die op het grensvlak liggen van onderwijs, arbeid, armoede, veiligheid, wonen en gezondheid. Zowel gemeentelijk beleid als wet- en regelgeving is verkokerd en sectoraal georganiseerd. De burger heeft er juist baat bij dat zaken op elkaar aansluiten. We werken daarom interbestuurlijk met gemeenten aan doorbraken. De lokale, concrete casuïstiek is hierbij leidend. Zo zit ik bijvoorbeeld elke vrijdagmiddag met een aantal gemeenten, de secretaris-generaal van VWS en OCW en DG’s van Justitie en Sociale Zaken aan tafel om een aantal casussen te bespreken rond de sociale effecten van corona. Ook onderzoeken we hoe we gezamenlijk tot concrete doorbraken kunnen komen. Wanneer je vanuit deze casuïstiek en dus de burger gaat redeneren, is er behoefte aan oplossingen die domeindoorbrekend zijn. Daar moeten wij als Rijk ook een rol in nemen.”
 

Welke uitdagingen zijn er binnen het programma nog te herkennen bij het doorbreken van de domeinen?

“De uitdagingen zijn heel simpel. Dat de kinderen in die wijken gelijke kansen hebben om iets van hun leven te maken. Dat is waar het uiteindelijk over gaat. Om dat voor elkaar te krijgen, is zeker 20 jaar nodig.”
 

En hoe houdt u deze ambitie levend?

“Daarvoor zijn de lokale partijen aan zet. Neem het Nationaal Programma Rotterdam Zuid: het intelligente van de organisatiestructuur is de beweeglijkheid van het programma. Het verhaal is consistent, maar beweegt ook mee met de beperkingen en kansen die zich voordoen. Daarnaast is er een onafhankelijke aanjager nodig die zorgt dat iedereen in beweging blijft.”
 

Hoe ziet u de toekomst van de financiering voor deze gebiedsgerichte aanpak?

“De boodschap is helder, in de kabinetsformatie zetten we vanuit het programma Leefbaarheid en Veiligheid in op de weg die we al zijn ingeslagen. Allereerst willen we de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek omzetten in een experimentenwet die voor doorbraken moet zorgen in de 16 gebieden, en mogelijk ook in de grens- en krimpregio’s. Daarnaast vragen we om forse investeringen. Voor die 16 gebieden vragen we 1,6 miljard euro, voor de overige gebieden, onder andere de grens- en krimpregio’s, is 400 miljoen euro nodig voor de komende 4 jaar. Dit moet integraal budget zijn bovenop de reguliere budgetten vanuit de verschillende departementen. Dat geld moet zich verbinden met geld van onder andere gemeenten, scholen, corporaties en politie. De nieuwe kabinetsformatie zal met deze investeringen over de brug moeten komen. Ondertussen bekijken we of ook het Volkshuisvestingfonds kan worden ingezet om de particuliere woningvoorraad in de 16 gebieden te verbeteren. Want vooral in deze gebieden is armoede een groot probleem. Ook de ambities en plannen zijn helder. Meer dan ons huiswerk doen kunnen we niet. Vanaf nu is het kaarsjes branden.”

Bert van Delden levert als rijksambtenaar een bijdrage aan de integrale, langjarige aanpak van 16 stedelijke vernieuwingsgebieden, 13 grens-/krimpregio’s en 14 grootschalige woningbouwlocaties, die door het kabinet in het kader van de NOVI zijn geprioriteerd. Hij is onder meer al enkele jaren lid van het bestuur van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid en actief in het Forum voor Stedelijke Vernieuwing.

Op woensdag 26 mei 2021 overhandigden 5 burgemeesters een manifest aan alle fractievoorzitters van de Tweede Kamer. Het manifest roept op om hardnekkige sociale problemen en achterstelling in kwetsbare gebieden aan te pakken met een 20-jarig Nationaal Herstel- en Perspectiefprogramma Leefbaarheid en Veiligheid. Daarvoor is jaarlijks een half miljard euro nodig, waarvan 400 miljoen bestemd is voor 16 kwetsbare gebieden in 15 steden en 100 miljoen voor kwetsbare wijken elders in het land. Het manifest ‘Dicht de Kloof’ wordt ondersteund door de 15 burgemeesters en tal van (maatschappelijke) organisaties, zoals Sociaal Werk Nederland, Movisie, Aedes, de Nationale Politie, het OM en onderwijs-, werkgevers- en sportkoepels.

Gezocht: gebiedscoalities voor de Learning Community ‘Domeinoverstijgende gebiedsgerichte aanpakken in kwetsbare wijken’

In het innovatieprogramma ‘Domeinoverstijgende gebiedsgerichte aanpakken in kwetsbare wijken’ formeert Platform31 een kennisgemeenschap van strategische beleidsmedewerkers uit koplopende gemeenten en corporaties. Het doel: op zoek gaan naar de werkzame bestandsdelen van domeinoverstijgende gebiedsgerichte aanpakken waar vernieuwende koppelingen tussen sociale en fysieke beleidsdomeinen centraal staan. Maar hoe organiseer je een brede gebiedsgerichte aanpak die leidt tot wederzijds rendement tussen domeinen? Strategische denkers en doeners worden uitgenodigd om in 2021 deel te nemen aan de Learning Community ‘Domeinoverstijgende gebiedsgerichte aanpakken in kwetsbare wijken’ om deze vraag gezamenlijk te onderzoeken. In vijf bijeenkomsten werken we aan betere synergie tussen domeinen, nieuwe gebiedsgerichte samenwerkingsvormen, ontschotting en financieringsconstructies die passen bij uw lokale opgave.

Meer informatie en aanmelden